Mavo

Mavo op het Sint-Maartenscollege

We hebben vanaf schooljaar 2019-2020 de naam van de opleiding vmbo-theoretische leerweg (vmbo-tl) naar mavo veranderd. Dit heeft geen gevolgen voor de inhoud van de opleiding. Deze blijft zoals ze nu is. Wettelijk is er dus geen verschil tussen vmbo-tl en mavo. Leerlingen die straks eindexamen mavo doen, krijgen een diploma vmbo-tl. Hiermee kunnen ze doorstromen naar niveau 3 en 4 van het mbo of naar de havo. De naam mavo geeft duidelijker aan dat we leerlingen voorbereiden voor zowel het mbo als de havo.

Het vormen van een aparte mavo-kolom biedt de kans een opleiding in te richten toegespitst op de leerlingen met een kader/tl-, een tl-advies en de leerling met een tl/havoadvies.

Het mavo zal niet alleen voor een diploma opleiden, maar de leerlingen ook binnen het reguliere curriculum een aantal extra’s meegeven.
De extra’s moeten de leerlingen uitdagen en meer ruimte bieden voor maatwerk. Deze extra’s kunnen gevonden worden in een goede doorstroom naar het havo, een goede voorbereiding op het mbo of extra aandacht voor techniek en bètavakken.

Leerlingen die starten in de mavo zullen les krijgen vanuit methodes die geënt zijn op tl/havo stof. Op deze manier willen we inhoudelijk recht doen aan zowel leerlingen met een tl-profiel als aan leerlingen die de overstap willen maken naar het havo.

Tweejarige brugperiode

Leerlingen met een kader/tl- of een tl-advies zijn van harte welkom op de mavo-opleiding aan de Noormannensingel.

Alle mavoleerlingen begeleiden we zo optimaal mogelijk om na een tweejarige brugperiode in te kunnen stromen in het mavo-onderwijs van leerjaar 3.

De informatie en de adviezen die we van de basisschool krijgen, zijn belangrijk voor het begeleidingstraject. Het advies van de basisschool is hierbij doorslaggevend.

We zijn bij de aanname afhankelijk van het advies van de basisschool. Na de tweejarige brugperiode willen we duidelijk hebben waar de leerling thuishoort.

Welke vakken?

In de tweejarige brugperiode volgen de leerlingen allerlei vakken zoals Nederlands, Engels, Duits, Frans, geschiedenis, aardrijkskunde, wiskunde, biologie, nask (natuur- en scheikunde), CKV (drama, muziek en tekenen) en lichamelijke opvoeding.

Leerlingen die moeite hebben met de kernvakken Nederlands en wiskunde krijgen ondersteuningslessen in periode drie en vier.
Deze worden gegeven door vakdocenten. Er wordt door de mentoren geïnventariseerd welke behoeften er leven bij de leerlingen, waardoor hier gericht op gespeeld kan worden.

Welke begeleiding?

Iedere klas heeft een mentor die de rol van vertrouwenspersoon vervult. De mentor begeleidt de leerlingen bij hun leerproces en keuzes die ze maken in het eerste jaar.

Zowel leerlingen als ouders kunnen altijd terecht bij de mentor terecht met vragen over school.

Soms hebben leerlingen om gemotiveerd te blijven of om de stof beter onder de knie te krijgen extra hulp nodig. Dan staat een ondersteuningsteam klaar om de leerlingen die hulp te bieden die ze nodig hebben.

Om ervoor te zorgen dat de leerlingen zich aan het begin van het schooljaar meteen op hun gemak voelen, start het schooljaar met een programma van introductie. Zo kan iedereen kennismaken met zijn klasgenoten, de mentor en de weg leren vinden in het schoolgebouw.

Wij vinden de contacten met de ouders heel belangrijk: de lijnen zijn kort. We organiseren bij aanvang van elk schooljaar een kennismakingsavond met de mentor en in de loop van het jaar enkele ouderavonden waarop ouders met de mentor kunnen praten.